Regels en spelverloop

Texas Hold-em is de bekendste spelvorm van poker. Het is ook de meest voorkomende vorm van poker waarbij spelers tegen elkaar spelen (en dus niet tegen de bank, het casino).

Spelverloop
Graag willen wij in dit artikel het spelverloop uitleggen. Wij realiseren ons dat dit een pittig stukje theorie is. De basis van het spel is dan ook lastig ‘van papier’ te leren. Wil je het met een groep vrienden of collega’s op een leuke en spannende manier leren, dan is een pokerclinic van PokerCampus een aanrader. Hieronder volgt een uitleg met voorbeelden.
Het doel van het spel is om de hoogst mogelijke kaartcombinatie te maken. Voor de handwaarden klik hier. De spelers krijgen ieder twee (eigen) kaarten gedeeld. De spelers houden hun eigen kaarten ‘vast’. Er wordt dus niet geruild, vandaar de naam Hold-em. Omgeven door vier inzetrondes, komen er in totaal vijf (gemeenschappelijke) kaarten op tafel. In totaal heeft iedere speler dus zeven kaarten waarmee hij een combinatie kan maken. De speler met de beste combinatie van vijf kaarten wint de pot.

dealerbuttonTijdens pokeren in het casino of op internet worden de kaarten door een onafhankelijke dealer gedeeld. Thuis, met vrienden deel je natuurlijk gewoon zelf. In beide gevallen heeft de dealer naast het fysiek delen van de kaarten ook nog een andere functie in het spel: hij is namelijk het uitgangspunt bij een aantal processen in het spel. De dealer wordt aangeduid met een dealerbutton. Deze schijf schuift na elke hand met de klok mee naar de volgende speler. Het delen werkt als volgt: De eerste kaart wordt aan de speler links van de dealer gedeeld, de dealer zelf krijgt als laatste een kaart. Iedere speler krijgt twee gesloten kaarten (hole cards).

small blind en big blindDe eerste speler links van de dealer is verplicht om een bepaald bedrag in te zetten (de small blind) en degene die 2 posities links van de dealer zit zet standaard de big blind (het dubbele van de small blind) in. Deze inzetten (de blindstructuur) verschillen per toernooi en worden vaak middels een afgesproken tijdschema verhoogd. Van te voren zijn er afspraken gemaakt over minimum en maximum inzetten.
Als de big en de small blind hun verplichte bedrag hebben ingezet, en als de kaarten zijn gedeeld, begint de eerste betronde (ronde van inzetten).

tafel 1
Afbeelding 1. De blinds zijn gezet en de kaarten gedeeld.
Wij kijken mee met de speler die de small blind heeft.

De speler die aan tafel links van de big blind zit is als eerste aan de beurt. Hij heeft drie mogelijkheden:
1. Call: de minimum inzet (de big blind) inleggen en meespelen.
2. Raise: de inzet verhogen.
3. Fold: passen, hij schuift de kaarten weg en doet geen inzet. Hij speelt deze hand niet mee en maakt dus geen aanspraak op de pot.
Het inzetten gaat net zo lang door totdat elke speler die wil spelen hetzelfde bedrag heeft ingezet.

tafel 2
Afbeelding 2. Alle spelers krijgen de kans om in te zetten.
In dit voorbeeld hebben alle spelers besloten om mee te spelen voor de minimum inzet.

Na de eerste inzetronde legt de dealer de bovenste kaart van het deck blind weg (een burncard). Direct daarna worden er drie gemeenschappelijke kaarten omgedraaid (de flop).

De eerste speler links van de dealer die nog kaarten heeft, heeft twee mogelijkheden. Geen extra inzet doen, maar afwachten wat de andere spelers doen (check), of wel een inzet doen (bet). Als een speler tijdens deze betronde heeft ingezet zijn de keuzes voor de andere spelers als volgt: meegaan met de verhoging (call), de inzet verhogen (raise), of een verhoging verhogen (reraise). Ook kan een speler op ieder moment besluiten niet mee te gaan met eerder gedane verhogingen (fold).

tafel 3
Afbeelding 3. Na de flop krijgen de spelers de kans om opnieuw in te zetten.
In dit voorbeeld heeft ‘onze’ speler two pair, azen en boeren. Hij heeft ingezet, één speler is met de inzet meegegaan, de twee andere spelers hebben besloten om niet mee te gaan.

Als iedereen die verder wil spelen evenveel muntjes heeft ingezet, wordt weer de bovenste kaart van het deck blind weg gelegd, waarna een vierde gemeenschappelijke kaart (de turn) wordt omgedraaid, gevolgd door nog een inzetronde.

tafel 4
Afbeelding 4. Na de turn krijgen de spelers weer de kans om in te zetten.
In dit voorbeeld heeft ‘onze’ speler nog steeds two pair met de twee hoogste kaarten op tafel. Hij heeft nogmaals ingezet, de andere speler is met de inzet meegegaan.

Na nog een keer de bovenste kaart van het deck blind weggelegd te hebben, wordt de vijfde kaart omgedraaid (de river) met daarna de afsluitende inzetronde. Na deze laatste betronde volgt de showdown en worden de kaarten van de spelers met elkaar vergeleken. De speler met de beste kaartcombinatie van vijf kaarten, wint de pot.

tafel 5
Afbeelding 5. Na de river volgt de afsluitende inzetronde en de ‘showdown’.
Onze speler heeft hier helaas verloren met two pair tegen full house. Hij heeft tot de river de beste hand gehad. Die laatste kaart heeft ervoor gezorgd dat hij verlagen is.  In pokerjargon wordt gezegd dat hij ‘gerivered’ is.

Het kan voorkomen dat twee (of meer) spelers precies dezelfde hoogste combinatie maken. Dan wordt de pot gedeeld (split pot).

Inzetstructuren
Er zijn verscheidene varianten van Texas Hold-em.
- No Limit Hold-em
- Pot-Limit Hold-em
- Limit Hold-em
Bij Limit poker mag men voor en na de flop slechts net zoveel inzetten of raisen als de big blind en na de turn en river net zoveel als twee maal de big blind. Bij No Limit is er geen maximum aan het aantal fiches dat mag worden ingezet. Bij Pot Limit poker mag men maximaal net zoveel inzetten of verhogen als het aantal fiches dat zich op dat moment in de pot bevindt. Er is bij No Limit en Pot Limit wel een minimum bet of raise. De minimum bet is de big blind, de minimum raise is de grootte van de bet, en de minimum reraise is net zo groot als de raise.
Als een speler al zijn muntjes inzet, of als hij niet genoeg meer heeft om de complete verhoging te callen, maar wel al zijn muntjes er voor over heeft om mee te blijven spelen, gaat deze speler all-in. Dit betekent logischerwijs dat hij al zijn chips inzet. Een speler die all-in is kan niet meer passen en hij is verplicht om na de laatste betronde zijn kaarten te laten zien (showdown). Het is belangrijk om te weten dat een speler slechts recht op dat deel van de pot heeft waar hij voor mee speelt. Hij kan dus niet meer muntjes van anderen winnen dan dat hij zelf heeft ingezet. Als er twee of meer spelers tegen iemand spelen die all-in is gegaan dan gaan de chips die deze spelers méér hebben gezet dan de speler die all-in is in een aparte pot (side-pot).

Voor de handwaarden klik hier.

Kicker
Een kicker is de bijkaart. Stel je hebt AJ gedeeld gekregen en jouw tegenstander heeft A9. Als er bij de communitycards ook een aas ligt, hebben jullie beiden een paar azen. Nu wordt de bijkaart belangrijk. Jij wint namelijk de pot omdat je kicker hoger is dan die van je tegenstander.

Bluffen
BluffenIn het dagelijks leven leren we dat liegen niet netjes is, maar bij poker hoort liegen erbij. Sterker nog, zonder liegen (bluffen) zal je nooit succesvol zijn in poker. Kijk echter wel uit, want te veel bluffen is niet goed en te weinig bluffen ook niet.
Als je ervaring met pokeren opdoet zal je merken dat er verschillende spelerstypen zijn. Van spelers die alleen met de allerbeste handen spelen, tot spelers die meer van risico houden. Hierop kan je jouw spel aanpassen. Speel je bijvoorbeeld tegen een zeer zekere speler, dan kan bluffen je veel muntjes opleveren, omdat hij alleen met een heel goede combinatie mee zal gaan. Speel je tegen iemand die veel bluft, neem dan een afwachtende houding aan met goede kaarten. Met een beetje geluk bluft de tegenspeler zichzelf dan in de val.

Basisstrategie

Als je een beginnend pokerspeler bent is het aan te raden om volgens het boekje te spelen. Speel en verhoog alleen als je goede kaarten hebt, maak dat je weg komt als je niets hebt. Het is vooral belangrijk om niet teveel handen te spelen en om geduld te hebben. De meeste pokerpro’s spelen ook maar 10% van de handen. Saai? Nee, niet als je blijft opletten. Als je 90% van de tijd niet meespeelt, analyseer dan het speelgedrag van je tegenstanders. Wat doen ze goed, wat doen ze fout? Spelen ze op zeker of spelen ze als een kip zonder kop? Hier leer je van en hoe meer je van je tafelgenoten weet, hoe makkelijker het wordt om beslissingen te nemen als jij tegen ze speelt.

Positie strategie
Hou goed in de gaten op welke positie je speelt. Globaal kunnen we drie posities onderscheiden aan een tafel van 9 spelers:
Positie strategie
1. Vroege positie (early position) de small blind, de big blind en de positie links van de big blind
2. Midden positie (middle position) de drie volgende spelers
3. Late positie (late position) de laatste drie spelers, met als laatste de speler op de button
In late positie spelen heeft veel voordelen. Als je bijvoorbeeld in vroege positie de big blind callt met een middelmatige hand (bijvoorbeeld een paar vijven), moet je alsnog folden als er na je geraised en gecalld of gereraised wordt. Je bent dan wel de fiches kwijt die je in hebt gezet en dat is natuurlijk jammer. De kans om geraised te worden is kleiner naarmate je later in positie zit. In late positie zitten heeft als bijkomend voordeel dat je meer informatie van de spelers voor je krijgt voordat je zelf aan de beurt bent. Je kan dus in late positie die zelfde paar vijven wel spelen, mits je voor niet te veel muntjes mee kan doen. Bluffen werkt vaak ook beter in late positie. Als na de flop de spelers voor jou checken, kan je proberen iedereen af te schrikken door een inzet te doen.

Starthanden per positie
Als je de boeken erop naleest, wordt er in het algemeen geadviseerd om in eerste instantie alleen de volgende handen te spelen
Vroege positie: AA, KK, QQ, JJ, TT, AK, AQ
Midden positie: ook 99, 88, 77, KQ, AJ
Late positie: ook 66, 55, 44, 33, 22, AT, A9, A8, KJ, KT, QJ, QT, JT
Als er voor je geraised is, speel dan alleen de handen die je op minder gunstige positie ook zou spelen.

Informatie
Het is in poker belangrijk om informatie te verkrijgen. Soms moet je een inzet doen om erachter te komen hoe sterk de hand van je tegenstander is. Stel je hebt AQ en op de flop komt KQ7. Je moet natuurlijk op je hoede zijn dat een tegenspeler een K heeft. Maar als je niets inzet, geeft dat je tegelspeler de kans om te bluffen. Zet daarom iets in. Wordt je geraised kan je alsnog folden.

Algemene tips
1. Wacht niet te vaak op straatjes
Stel je speelt met 9-10 en de flop is 6-7-A. Je hebt nog een 8 nodig om een straat te maken. Als je tegenstander flink inzet, zal hij wel een A hebben en dan kan je beter opgeven. Als je goed bent in kansberekening, kan je uitrekenen hoe groot (of liever klein) de kans is dat die 8 valt. Je kan natuurlijk een keer geluk hebben, maar als je in deze situatie altijd mee blijft gaan, zal je statistisch gezien altijd meer fiches verliezen dan winnen.

2. Denk na over wat je met je inzet wil bereiken
Zet veel in als je spelers af wilt schrikken (bij bijvoorbeeld een (semi)bluf), zet weinig in als je spelers mee wil lokken. Let hierbij wel op dat de omgekeerde psychologie ook een enkele keer kan werken (veel inzetten om het op een bluf te laten lijken, terwijl je eigenlijk hele goede kaarten hebt). Ga niet meteen all in als je top pair hebt, maar zet wel genoeg in om spelers met kans op flush of straat weg te jagen.


3. All-in gaan is vaak effectiever dan all-in callen
Je hebt een sterkere hand nodig om een all-in te callen dan om all-in te gaan. Aan de andere kant is het natuurlijk zonde als je met een heel sterke hand all-in gaat en niemand callt. Overschat jouw eigen hand niet als een andere speler all-in gaat. Het lijkt misschien een mooie kans om veel te winnen, of zelfs een tegenspeler uit het toernooi te krijgen. Maar het kan duur uitpakken en je tegenstander veel sterker maken als hij de pot wint.

4. Onderneem actie
Beginnende spelers weten vaak niet wat de juiste actie is, waardoor ze besluiten om veel te checken en callen. Dat geeft ze weinig informatie over de hand van hun tegenstander waardoor ze onzeker blijven en ten prooi vallen aan de meer ervaren spelers. Heb je iets, of denk je dat je tegenspeler niets heeft, zet dan in of raise. Maar weet wanneer je verslagen bent en durf je hand weg te leggen.

Conclusie
Poker leer je door te spelen. Ze zeggen niet voor niets: ‘it takes an hour to learn but a lifetime to master’. Ook de pokerpro’s leren (als het goed is) nog dagelijks meer over het spel. Speel het spel en lees boeken. Goede, in Nederlands vertaalde, boeken zijn Pokerschool en Pokerbijbel. Of kijk de dvd’s van Howard Lederer, pokeren voor beginners en dan later die voor gevorderden.
Open een online account en speel gratis tegen anderen.
De allerbelangrijkste tip is: geniet! Het is een fantastisch spel.

Poker jargon

Wat is een blind of een flop ook alweer? Noemen ze jou een shark of een fish? Maak je niet druk, hier staat alles nog een keer duidelijk op een rij!

All in
Al je fiches inzetten.
Blind
De verplichte minimum inzetten.
Bluffen
Inzetten alsof je hele goede kaarten hebt, met als doel de andere spelers afschrikken.
Board
De gemeenschappelijke kaarten die door de dealer zijn omgedraaid (ook wel community cards genoemd).
Burn Card
Voordat een dealer de flop, turn of river omdraait, wordt eerst de bovenste kaart gesloten weggelegd. Zo wordt voorkomen dat kaartenmerkers de kaart die omgedraaid gaat worden al herkennen tijdens de inzetronde.
Button
Hiermee wordt de dealerpositie aangegeven.
Call
Meegaan met de inzet van een (of meer) andere speler(s).
Cash Game
Fiches vertegenwoordigen een geldwaarde en je mag bijkopen als je weinig of geen muntjes overhebt. Spelers kunnen in- en uitstappen wanneer ze willen.
Check
Geen eerste inzet doen, maar afwachten wat de andere spelers doen.
Check Raise
Eerst checken en verhogen als een andere speler inzet. Hiermee laat je zien dat (of doe je alsof) je een hele sterke hand hebt.
Community Cards
De gemeenschappelijke kaarten die door de dealer zijn omgedraaid (ook wel board genoemd).
Fish
Slechte pokerspeler (er wordt vaak gezegd: 'als je de fish aan tafel niet herkent, ben je het zelf').
Flop
De eerste drie gemeenschappelijke kaarten.
Freeze Out
Geen rebuy mogelijkheid, zijn je muntjes op dan kan je niet bijkopen.
Hand
De combinatie die een speler kan maken van zijn eigen kaarten, gecombineerd met de kaarten op tafel.
Hole cards
De kaarten die (gesloten) aan de spelers gedeeld worden.
Kicker
Bijkaart. Stel je starthand is aas-koning en er ligt een aas op tafel, dan heb je een paar azen met de koning als kicker. Je wint dan van iemand met een aas en een lagere kicker (uitzonderingen daargelaten).
Mucken
Je kaarten wegleggen (passen) zonder ze aan de tegenspelers te laten zien.
Nuts
De beste combinatie die er met de gemeenschappelijke kaarten (op dat moment) gemaakt kan worden.
Pocket Pair
Als je starthand twee kaarten van dezelfde waarde bevat (bijvoorbeeld pocket azen als je twee azen gedeeld krijgt).
Pot Odds
De hoeveelheid fiches die je in moet zetten in verhouding tot wat je ermee kan winnen.
Quads
Four of a kind.
Raise
De inzet van een (of meerdere) andere speler(s) verhogen.
Rake
De hoeveelheid geld die de dealer uit de pot haalt als vergoeding voor het aanbieden van het spel.
Rebuy
De mogelijkheid om muntjes bij te kopen als je minder dan een vooraf afgesproken aantal hebt.
River
De vijfde gemeenschappelijke kaart (wordt ook wel 5th street genoemd).
Shark
Een goede speler.
Showdown
Het moment waarop alle overgebleven spelers hun kaarten laten zien om te beslissen wie de beste combinatie heeft.
Split Pot
Als de pot door twee of meer spelers gedeeld wordt omdat ze gelijkwaardige combinaties hebben.
Suited
Een starthand van twee kaarten van hetzelfde symbool.
Tell
Als iemand de sterkte van zijn hand verraadt (bijvoorbeeld door gezichtsuitdrukking of lichaamshouding).
Top pair
Als je een paar kunt vormen van de hoogste gemeenschappelijke kaart.
Trips
Three of a kind.
Turn
De vierde gemeenschappelijke kaart (wordt ook wel 4th street genoemd).